Hoofdmenu

Train je assertiviteit

16 keer bekeken

Je kinderen zijn druk en uitgelaten. Je partner lijkt er geen last van te hebben. Hij is lekker bezig met zijn hobby en laat jou aan je lot over wat betreft het rustig krijgen van de kinderen. je irriteert je enorm aan zijn houding. Je…

Interessant voor ouders

Gedrag en emoties
Ouderschap
Relaties

Leeftijd

Volwassenen
  • a. Je ploft aan het einde van dag met een diepe zucht op de bank. Als je partner vraagt wat er is, zeg je bits: ‘Niets.’
  • b. Roept geïrriteerd naar je partner dat hij moet komen helpen. ‘Het zijn ook jouw kinderen!’
  • c. Neemt je partner even apart en zegt: ‘Lieverd, ik word echt gek van de kinderen; ik moet er even tussenuit. Kun jij het van me overnemen?’

A is een passieve reactie, b een agressieve en c een assertieve
Iemand die opkomt voor zijn rechten en gevoelens, is meer ontspannen dan iemand die dat niet kan. Assertief zijn betekent dat je minder lijdzaam reageert als je belangen in gevaar komen, maar ook dat je minder woede-uitbarstingen hebt. Als je assertief bent, kom je op voor je rechten en behoeften, maar respecteert tegelijkertijd ook de rechten en behoeften van de ander.

De 6 assertiviteitsregels:

  1. Kijk wat je rechten zijn, wat je wil, wat je nodig hebt en wat je gevoelens zijn over de situatie.
    Probeer dit zo nuchter mogelijk te zien en laat je niet verleiden tot beschuldigingen of zelfmedelijden. Je hebt het recht om aan jezelf te denken. Je hebt er recht op een andere mening te hebben, je hebt het recht om hulp te vragen, je hebt het recht om niet in te gaan op een verzoek van een ander. Houd zo helder mogelijk je belang en je doel voor ogen tijdens het gesprek.
  2. Regel een tijd en plaats die voor jou en de ander gunstig zijn om het probleem te bespreken.
    Om te krijgen wat je wil, moet je de ander niet in een positie brengen waarin hij in de verdediging schiet of slechtgehumeurd raakt. Houd dus ook rekening met hem. Begin er bijvoorbeeld niet over als hij net op het punt staat te gaan slapen, en doe het niet in gezelschap van anderen.
  3. Definieer de probleemsituatie zo concreet mogelijk.
    Dit is heel belangrijk! Blijf niet hangen in vage beschrijvingen zoals: ‘Je luistert nooit naar me,’ maar zeg: ‘Toen ik zei dat ik het liefst naar de pizzeria wilde, besloot jij toch dat we naar de Griek gingen.’
  4. Beschrijf je gevoelens met een ‘ik-boodschap’.
    Om de ander je belang beter te laten begrijpen, zul je je wensen en gevoelens moeten uitspreken. Dus niet: ‘Jij hebt me gekwetst,’ maar: ‘Ik voel me gekwetst.’
  5. Formuleer je verzoek in één of twee heldere zinnen.
    Wees daarbij helder en resoluut, maar formuleer je wensen niet als bevelen.
  6. Stimuleer de ander om te geven wat je wil.
    Formuleer positieve gevolgen van de verandering die je wil. ‘We zullen meer tijd overhouden om leuke dingen te doen,’ of: ‘Ik zal me een stuk beter voelen en dan ben ik ook leuker gezelschap.’

Bedenk nu een probleem dat je wil aankaarten bij je partner. Pak een blaadje en maak een ‘assertiviteitsscript’ volgens de bovenstaande zes regels.

Waarderen

0 (0 waarderingen)
Cookie-instellingen